Bali is een Indonesische provincie en eiland ten oosten van Java en ten westen van Lombok. Het is het westelijkste van de Kleine Soenda-eilanden. Het eiland meet 5561 km², en telt 3.216.881 inwoners (2002). Bijna 90% behoort tot de autochtone bevolking, de Balinezen, die grotendeels hindoes zijn en Balinees of Indonesisch spreken. De hoofdstad is Denpasar.
Het eiland wordt overheerst door het vulkanisch gebergte; sommige van de vulkanen zijn nog steeds actief. Het letterlijk hoogtepunt is de Gunung Agung met een top van 3142 m boven de zeespiegel. De Gunung Batur, vlakbij het Danau Batur (meer van Batur), is 1717 m hoog met een krater van 11 km en 180 m diep.
STEDEN EN PLAATSEN
Denpasar is de hoofdstad van Bali. Enkele culturele steden zijn Batubulan, Celuk, Sukawati, Batuan Bali, Mas, Peliatan, Pengosekan en Ubud.
Bekende toeristensteden zijn Sanur, Kuta, Legian, Jimbaran, Bukit Badung, Nusa Dua, Candidasa.
RELIGIE
Hoewel in de meeste delen van Indonesië de bevolking overwegend moslim is, hangt de meerderheid van de Balinezen een vorm van het Hindoeïsme aan. Dit Balinese Hindoeïsme (Hindu Dharma, Agama Hindu) bestaat uit een combinatie van bestaande Balinese mythologieën en invloeden van het Hindoeïsme uit Zuid- en Zuidoost-Azië.
KASTE-SYSTEEM
Het kaste-systeem maakt nog steeds een wezenlijk deel uit van het leven op Bali. In tegenstelling tot het kaste-systeem in India bestaat het systeem op Bali uit 4 kasten, de zogenaamde Varna's:
Brahmana – de kaste van de priesters (de naam van de persoon begint met Ida Bagus (m) / Ida Ayu (v))
Ksatria – de kaste van de koningen en de adel (de naam van de persoon begint met Anak Agung, of Cokorda / Tjokorde Gde voor mannen en Tjokorde Istri voor vrouwen)
Wesia – de kaste van de handelaren (de naam van de persoon begint met I Gusti)
Sudra – de kaste van de man in de straat (90% van de Balinezen)
Aan iemands naam is zodoende te horen van welke kaste hij komt. Communicatie tussen deze kasten vindt plaats door gebruik te maken van verschillende versies van de Balinese taal (Basa Bali) namelijk 'hoog' Balinees, 'middel' Balinees en 'laag' Balinees. Voordat men weet met welke kaste men te maken heeft wordt er gebruik gemaakt van een meer neutralere versie van het Balinees, en als eenmaal is vastgesteld met welke kaste men te maken heeft wordt de passende taalversie gebruikt. Zelfs tussen vrienden wordt hier nog rekening mee gehouden. Het is niet meer zo dat de kaste het beroep bepaalt; uitzondering hierop is Brahmana. De pendanda ((hoge-)priester) kan alleen uit deze kaste afkomstig zijn.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Pura Tanah Lot, tempel op een rots in zee
Gunung Kawi, complex van in de rotsen uitgehouwen candi's
Goa Lawah, vleermuizengrot
Pura Besakih Moedertempel
Klungkung, paleis
Goa Gajah, olifantsgrot
Danau Batur
Lovina, dolfijnen
duikplaatsen zoals Tulamben en Menjangan
NAAMGEVING OP BALI
Op Bali is het gewoonte om de kinderen uit de Sudra-kaste volgens een bepaalde volgorde namen te geven. Het eerste kind krijgt de naam Wayan, Gede (man) of Putu, het tweede Made, Nengah of Kadek, het derde Nyoman of Komang en de vierde Ketut. Daarna begint het weer opnieuw. Het vijfde, zesde, zevende achtste en negende heten dus achtereenvolgens weer Wayan, Made, Nyoman, Ketut en weer Wayan. Om toch nog een onderscheid te maken wordt er aan deze naam nog een andere naam gegeven. Om een onderscheid te maken in het geslacht wordt er bij mannen 'I' voor geplaatst en bij de vrouwen 'Ni'. Ni Nyoman Puspa Dewi is dus een vrouw, en het derde (of zevende, of...) kind; I Ketut Yuliantara is dus een man en het vierde (of achtste, of...) kind. In het dagelijks leven hebben de mannen van jongs af aan een bijnaam gekregen, die in het dagelijks leven wordt gebruikt. Veel mensen kennen een ander niet eens bij hun officiële naam.